1. Inleiding
In Nederland werken zo’n 400 bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Deze zogeheten Seveso-inrichtingen (voorheen: Brzo-bedrijven) vallen onder strikte regelgeving. Het laatste RIVM-rapport (Analyse van incidenten met gevaarlijke stoffen bij Seveso-inrichtingen, 2024) laat toch het volgende zien: incidenten blijven zich herhalen.
En dat is niet alleen een technisch of juridisch vraagstuk. Het is een leiderschapsvraag. Of je nu werkt in een Seveso-bedrijf, energiesector of infra – veiligheid vraagt iets van het management. Niet alleen na een incident, maar juist ervoor. Het RIVM-rapport maakt dat pijnlijk duidelijk. Vijftien incidenten, met een herkenbaar patroon: – risico’s die niet tijdig werden onderkend, systemen die faalden, en procedures die wél gevolgd werden — maar niet voldeden.
2. Veiligheid ontwikkelt zich en dat vraagt meebewegend leiderschap
Veiligheid is geen statisch onderwerp. Het ontwikkelt zich met de tijd, net als de verwachtingen van de omgeving en de eisen van toezichthouders. Die ontwikkeling verloopt in herkenbare stappen:
- Van blinde vlek naar operationeel aandachtspunt Risico’s worden voor het eerst benoemd, maar zijn nog geen integraal onderdeel van beleid.
- Van compliance naar strategisch risico Veiligheid wordt niet langer alleen als verplichting gezien, maar als potentiële bedreiging voor continuïteit en reputatie.
- Van interne verantwoordelijkheid naar bestuurlijke prioriteit Veiligheid verschuift van de afdeling naar de boardroom.
- Van handboek naar gedrag Instructies en regels zijn niet langer voldoende; voorbeeldgedrag, aanspreekcultuur en leiderschapsstijl worden doorslaggevend.
- Van kostenpost naar waardecreatie Veiligheid wordt erkend als factor die vertrouwen, stabiliteit en zelfs concurrentievoordeel oplevert.
Pas dan wordt veiligheid essentieel en strategisch, dus zichtbaar op het hoogste niveau.
3. Vijf harde lessen uit het RIVM-rapport 2024
- 13 van de 15 incidenten gingen gepaard met het vrijkomen van gevaarlijke stoffen
- In 47% van de incidenten kon een afwijking niet worden herkend, door gebrekkige detectie of analyse
- In 53% faalden noodmaatregelen (zoals opvang, inertisering of overdrukbeveiliging)
- In 73% schoten plannen, instructies of werkprocedures tekort
- In 27% was de directe oorzaak: menselijk handelen — vaak door ongeschikte procedures
Opvallend: in meerdere gevallen werden procedures exact gevolgd — maar waren ze simpelweg niet geschikt voor de praktijk.
4. Wat zegt dit over leiderschap in veiligheid?
Deze cijfers zijn geen verzameling fouten. Ze zijn een spiegel van waar processen, verantwoordelijkheden en besluitvorming niet voldoende op elkaar zijn afgestemd. Ze tonen geen totale mislukking, maar een patroon waarin veiligheid niet de aandacht of plaats kreeg die het op cruciale momenten verdiende.
Niet alles ging mis — maar veel ging niet goed genoeg om risico’s te beheersen zoals ze ontworpen of bedoeld waren.
Het rapport laat zien:
· Hoe ontwerp en gedrag onvoldoende met elkaar verbonden zijn
· Hoe observaties en signalen gemist worden door een gebrek aan sensitiviteit
· Hoe leiderschap nog te weinig ruimte krijgt om te sturen op veiligheid
Veiligheid vraagt van het management om:
· Risico’s bespreekbaar te maken vóór het misgaat
· Processen te ontwerpen rond gedrag, niet alleen rond documenten
· Veiligheid te verankeren in besluitvorming, niet alleen in beleid
5. Slot: veiligheid is pas strategisch als management het zo behandelt
Dit rapport is geen aanklacht. Het is een kans. Voor wie durft te zien dat incidenten niet alleen een kwestie zijn van falen, maar vooral van gemiste sturing.
En wie dat ziet, weet:
Veiligheid wordt pas essentieel wanneer leiderschap het kan dragen — vanuit inzicht en eigenaarschap. Niet na het incident. Maar ervoor.
