1. Inleiding
Op 22 mei 2019 vond op een bouwplaats in Den Haag een dodelijk ongeval plaats. Een giek van een torenkraan botste tegen de machinistenlift van een andere kraan, waardoor de lift met de machinist losraakte en 60 meter naar beneden stortte. De machinist overleed ter plaatse. De rechtbank wees de hoofdaannemer aan als werkgever en veroordeelde hem voor het niet naleven van meerdere veiligheidsvoorschriften uit de Arbowet en het Arbobesluit. In het bijzonder werd het ontbreken van doeltreffend toezicht tijdens de uitvoering hem zwaar aangerekend.
Deze zaak legt een fundamentele vraag bloot die werkgevers en hun veiligheidskundigen regelmatig bezighoudt: wanneer is er sprake van voldoende toezicht door de werkgever bij risicovolle werkzaamheden?
2. Wettelijke bepaling
De verplichting tot het houden van voldoende toezicht is vastgelegd in de Arbowet (artikel 8 lid 4). Daarin is bepaald dat de werkgever toezicht moet houden op de naleving van de instructies en voorschriften die gericht zijn op het voorkomen of beperken van de risico’s van de te verrichten werkzaamheden, evenals op het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Wanneer dat toezicht voldoende is, heeft de wetgever niet gespecificeerd. De rechtspraak heeft dit nader ingevuld. In dit artikel zal ik mij beperken tot rechtspraak over toezicht bij risicovolle werkzaamheden in de periode 2006 tot 2021.
3. Wat zijn risicovolle werkzaamheden
Volgens de rechtspraak is sprake van risicovolle werkzaamheden wanneer het betreft werkzaamheden waarbij levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van de werknemers kan ontstaan of te verwachten is (definitie art. 32 Arbowet). Uit de jurisprudentie blijkt dat dit in ieder geval geldt voor: werken op hoogte, werken met hef- en hijsvoertuigen, werkzaamheden aan in-bedrijf-zijnde installaties, werken in besloten ruimtes, werken met gevaarlijke stoffen, duikwerkzaamheden, wegwerkzaamheden, graafwerkzaamheden, werkzaamheden met risico op blootstelling aan asbest en werkzaamheden met explosiegevaar.
Voorbehoud: deze opsomming is niet limitatief, maar weerspiegelt de categorieën risicovolle werkzaamheden die in de door mij onderzochte rechtspraak (2006–2021) aan de orde kwamen.
3.1 Feitelijk toezicht bij risicovolle werkzaamheden
Uit de rechtspraak blijkt dat als werkzaamheden door de rechter als risicovol beoordeeld worden, er altijd sprake moet zijn van feitelijk toezicht. Het feitelijke toezicht moet van dusdanige aard zijn dat de werknemers hierdoor worden gestimuleerd om zich aan de veiligheidseisen te houden en bij niet naleving de werkgever de werknemers direct moet corrigeren (ABRvS 18 april 2007, LJN BA3220).
4. Voorbeelden van onvoldoende feitelijk toezicht bij risicovolle werkzaamheden
Niet elke vorm van toezicht voldoet aan de eisen van de Arbowet. Uit de jurisprudentie blijkt dat rechters streng oordelen wanneer toezicht bij risicovolle werkzaamheden te oppervlakkig of afwezig is. De volgende uitspraken laten zien welke vormen van toezicht bij risicovolle werkzaamheden als onvoldoende feitelijk toezicht zijn aangemerkt:
a) werken op hoogte
De rechter heeft geoordeeld dat enkel aanwezig zijn op de bouwplaats volstrekt onvoldoende is om te kunnen spreken van voldoende toezicht. Het maken van een praatje of het maken van werkafspraken eerder op de dag niet onder voldoende feitelijk toezicht gekwalificeerd kan worden. Het toezicht had feitelijk in de uitvoering en ter plaatse moeten plaatsvinden (Rb. ’s-Hertogenbosch 9 juni 2009, ECLI:NL:RBSHE:2009:BI6811).
b) onderhoud aan in-bedrijf zijnde installaties
De werkplaatschef was door de werkgever aangewezen als toezichthouder. Tijdens het onderhoud bevond hij zich wel in het gebouw, maar niet bij de machine waaraan gewerkt werd. Dit kwalificeert niet als voldoende feitelijk toezicht (Rb. Gelderland 22 december 2016, ECLI:NL:RBGEL:201:7014).
c) werken in besloten ruimtes
Het delegeren van toezicht bij werkzaamheden in besloten ruimtes aan een werknemer geldt niet als voldoende feitelijk toezicht. Ook wanneer de werkgever slechts één keer per vier weken langskomt, is dat onvoldoende. Bovendien moet degene aan wie het toezicht wordt gedelegeerd bevoegd en opgeleid zijn voor deze taak (ABRvS 15 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ2282).
d) werken met gevaarlijke stoffen
Het incident betrof het demonteren van een afsluiter aan een chloorleiding bij een chemisch bedrijf. Het aanwijzen van een leidinggevende operator als toezichthouder namens de werkgever is mogelijk, maar deze toezichthouder moet dan wel handelen: het werk stilleggen als het niet op een veilige manier kan worden uitgevoerd. Doet hij dat niet, dan wordt dit nalaten aan de werkgever toegerekend als onvoldoende feitelijk toezicht (Rb. Rotterdam 16 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8987).
e) wegwerkzaamheden
Volgens het V&G-plan werd het toezicht op de werkzaamheden door de projectleider uitgevoerd en bij diens afwezigheid door uitvoerders. Op de dag van het ongeval hadden twee uitvoerders, de toezichthouders ter plaatse, wel de werknemers geholpen hadden met het opstarten van de meetweerkzaamheden, maar vervolgens op enig moment vertrokken waren en hebben zij de werknemers alleen gelaten om de meetingen te verrichten. Doordat de toezichthouders vertrokken waren en dus niet feitelijk toezicht hebben gehouden op het moment dat beide werknemers en de veeg-zuigwagen gelijktijdig in het werkvak aan het werk waren, konden zij niet corrigerend optreden. Oordeel: onvoldoende feitelijk toezicht. (Rb. Overijssel 5 augustus 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:3127).
f) hijswerkzaamheden
De werkgever had meerdere toezichthouders aangewezen die op het moment van de hijswerkzaamheden niet aanwezig waren. De hoofduitvoerder bevond zich ten tijde van het arbeidsongeval in de bouwkeet en had geen zicht op de hijswerkzaamheden. De assistent-uitvoerder was weliswaar dagelijks op de bouwplaats aanwezig, maar niet op het moment van het arbeidsongeval. De vaste meewerkend voorman was op dat moment met vakantie. Geen van de aangewezen toezichthouders hield feitelijk toezicht tijdens de uitvoering van de hijswerkzaamheden (Rb. Overijssel 28 november 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:4467).
g) werken in besloten ruimtes
Toezicht van de werkgever door middel van werkinspecties en toolboxmeetings geldt niet als voldoende feitelijk toezicht. De veiligheidsmaatregelen werden door de werknemers niet toegepast. Door het gebrek aan feitelijk toezicht zijn zij dus ook niet gecorrigeerd (Rb. Zeeland-West-Brabant 13 maart 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1184).
h) gevaar voor explosie
Toezicht uitsluitend op basis van een werkvergunning en door iemand die door de werkgever is aangewezen, maar daarvoor onvoldoende is opgeleid, geldt als onvoldoende feitelijk toezicht. Hierdoor is het toezicht niet doeltreffend (Rb. Groningen, 25 juni 2007, ECLI:NL:RBGRO:2007:BB6506).
5. Conclusie
Ben je werkgever en voeren je werknemers een of meer van de hierboven genoemde werkzaamheden uit, dan gaat het om risicovolle werkzaamheden. Dat zijn werkzaamheden waarbij levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van werknemers kan ontstaan of te verwachten is.
In dat geval ben je als werkgever verplicht om feitelijk toezicht te houden. Je mag dat toezicht delegeren, maar degene(n) aan wie je deze taak overdraagt, moet(en) daartoe bevoegd zijn en specifiek voor deze rol zijn opgeleid. Op het moment dat deze risicovolle werkzaamheden plaatsvinden, moet deze toezichthouder feitelijk aanwezig zijn. Alleen dan kunnen werknemers worden gestimuleerd zich aan de veiligheidseisen te houden en kan bij niet-naleving direct corrigerend worden opgetreden namens de werkgever.

Zeer waardevolle bijdrage!
Dankjewel Henk👍