Strafrechtelijke risico’s van V&G-(deel)plannen: opdrachtgever vervolgd voor dood werknemer van de onderaannemer

1. Inleiding: hoe een ontbrekend V&G-(deel)plan leidde tot vervolging van de opdrachtgever

In 2016 vond een tragisch ongeval plaats op een bouwplaats in Tilburg waarbij een werknemer om het leven kwam tijdens graafwerkzaamheden.[1] Hij liep omhoog via een talud toen deze instortte. De man raakte bedolven onder het zand en overleed door verstikking. De graafwerkzaamheden waren door de hoofdaannemer, de uitvoerende partij, uitbesteed aan een gespecialiseerde onderaannemer. De hoofdaannemer had met de opdrachtgever afgesproken dat de risico’s later in de uitvoeringsfase aan het Veiligheids- en Gezondheidsplan (“V&G-plan”) zouden worden toegevoegd, via een zogeheten V&G-(deel)plan. Maar dat plan kwam er nooit. Vervolgens werd niet de uitvoerende partij, maar de opdrachtgever strafrechtelijk vervolgd.

Deze zaak roept een belangrijke vraag op voor opdrachtgevers: hoe ver reikt de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de opdrachtgever als het V&G-(deel)plan ontbreekt of niet volledig is?

2. Bouwplaats en V&G-plan (ontwerp- en uitvoeringsfase)

Omdat het hier ging om graafwerkzaamheden, viel de werklocatie onder het begrip bouwwerk als bedoeld in het Arbobesluit.[2] Daardoor waren de specifieke bouwprocesbepalingen van toepassing.[3]

Deze kwalificatie betekent dat het bouwwerk automatisch onder de werking van de bouwprocesbepalingen valt.[1] Daarnaast heeft de wetgever in artikel 16 lid 8 Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) bepaald dat de verplichtingen die krachtens de Arbowet op de werkgever rusten middels een ministerieel besluit opgelegd kunnen worden aan de eigenaar of beheerder (de opdrachtgever).[4]

Krachtens artikel 2.28 lid 1 Arbobesluit dient de opdrachtgever ervoor te zorgen dat er een V&G-plan wordt opgesteld.[5] In de memorie van toelichting heeft de wetgever bepaald dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor het (laten) opstellen van het V&G-plan en dat dit plan minimaal bestaat uit het gedeelte ontwerpfase (die onlosmakelijk onderdeel is van het bestek) en het gedeelte uitvoeringsfase, dat elke keer als er aanleiding toe is, wordt aangepast. Het gedeelte ontwerpfase wordt opgesteld door de opdrachtgever en het gedeelte uitvoeringsfase door de uitvoerende partij.

Het V&G-plan moet zijn afgestemd op de specifieke risico’s van het bouwwerk. Het gaat om de concrete gevaren die bij het werk kunnen voorkomen en hoe die worden aangepakt en/of beheerst. Het plan moet volledig zijn en beschikbaar zijn op de bouwplaats voordat de werkzaamheden beginnen.[1]

De vraag is: was dit in deze zaak op de juiste manier ingericht, en zo nee, was de opdrachtgever daarvoor verantwoordelijk?

3. Strafrechtelijk opsporingsonderzoek en V&G-deelplan

In het strafrechtelijk onderzoek verhoorde het Openbaar Ministerie (OM) de opdrachtgever, hoofdaannemer en onderaannemer. Ook werd het V&G-plan onderzocht. Daaruit bleek dat de risico’s van de graafwerkzaamheden pas later zouden worden toegevoegd via een V&G-deelplan van de onderaannemer. Deze werkwijze was vooraf goedgekeurd door de opdrachtgever. Het V&G-deelplan is echter uiteindelijk nooit door de onderaannemer opgesteld. De opdrachtgever heeft dit ook niet gecontroleerd. Toch startten de graafwerkzaamheden met toestemming van de opdrachtgever.

Wat betekende deze opeenstapeling van juridische misslagen strafrechtelijk voor de opdrachtgever?

4. Vervolging opdrachtgever door ontbreken V&G-deelplan en toezicht

Het OM legde de opdrachtgever allereerst ten laste dat hij heeft nagelaten te zorgen voor een volledig en tijdig opgesteld V&G-plan voorafgaand aan de start van de graafwerkzaamheden. Hoewel het gebruik van een aanvullend V&G-(deel)plan op zichzelf niet in strijd is met de wet, was in dit geval afgesproken dat de risico’s later via zo’n deelplan zouden worden toegevoegd. Omdat dat V&G-(deel)plan nooit is opgesteld, ontbrak een essentieel onderdeel van het V&G-plan, wat in strijd was met de verplichtingen uit het Arbobesluit.

Daarnaast verweet het OM de opdrachtgever dat hij geen toezicht hield. Toen duidelijk werd dat de onderaannemer zijn veiligheidsverplichtingen niet naleefde, greep hij niet in. Met dit toezicht doelde het OM niet op het toezicht dat door de werkgever gehouden dient te worden, maar het toezicht van de opdrachtgever dat gericht is op de uitvoering van de maatregelen uit het V&G-plan.

Het OM stelde dat de opdrachtgever ondanks uitbesteding verantwoordelijk bleef voor zowel het V&G-plan als het toezicht op de uitvoering van de daarin gemaakt afspraken. De opdrachtgever heeft volgens het OM onvoldoende maatregelen richting de onderaannemer genomen, waaronder toezicht op de gemaakte afspraken uit het V&G-plan.

5. Verweer opdrachtgever

De opdrachtgever stelde dat hij geen schuld had. Hij had een gespecialiseerde hoofdaannemer en een V&G-coördinator uitvoeringsfase ingeschakeld. Zij zouden volgens de opdrachtgever verantwoordelijk zijn voor de juiste werkwijze en dus ook voor het V&G-plan en de uitvoering tijdens de bouw. De opdrachtgever gaf aan dat hij bewust had gekozen om het werk niet zelf uit te voeren, maar uit te besteden aan de gespecialiseerde hoofdaannemer. Volgens hem konden eventuele fouten van de onderaannemer niet aan hem worden toegerekend. Hij handelde volgens eigen zeggen te goeder trouw en zonder zelf risico’s te willen nemen.

De kern van het verweer van de opdrachtgever is dat de verantwoordelijkheden uit het Arbobesluit waren overgedragen aan de hoofdaannemer via de aannemingsovereenkomst oftewel dat het mogelijk is om deze verplichtingen weg te contracteren.

Ging de rechtbank in dit verweer mee?

6. Oordeel rechtbank: ontbreken V&G-(deel)plan komt voor rekening van de opdrachtgever

De rechtbank oordeelde dat op basis van het Arbobesluit de opdrachtgever moet zorgen dat er vóór aanvang van werkzaamheden een V&G-plan is opgesteld. Dat plan moet volledig zijn, specifiek gericht zijn op het bouwwerk, beschikbaar zijn op de bouwplaats vóór de start van het werk, en opgenomen zijn in het bestek van het project.

De rechtbank stelde vast dat de opdrachtgever hier verantwoordelijk was voor een volledig V&G-plan, ook voor de te verrichten graafwerkzaamheden. In dit geval was afgesproken dat die risico’s via een aanvullend V&G-(deel)plan zouden worden toegevoegd. Maar dat plan kwam er nooit. Omdat dat deelplan nooit is opgesteld, oordeelde de rechtbank dat de opdrachtgever zijn wettelijke verplichting niet is nagekomen. Dit werd aangemerkt als een opzettelijke handeling. Omdat er een direct verband was met het dodelijke ongeval, achtte de rechtbank de opdrachtgever hiervoor strafrechtelijk verantwoordelijk.

Met dit oordeel bevestigt de rechtbank de verplichting om te zorgen voor een volledig V&G-plan bij de opdrachtgever blijft liggen – die kun je niet wegcontracteren.

7. Conclusie

Ten aanzien van de vraag: hoe ver reikt strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de opdrachtgever ten aanzien van het V&G-plan blijkt het volgende.

Het Arbobesluit wijst opdrachtgever aan als degene die er zorg voor moet dragen dat het V&G-plan opgesteld wordt. Dit plan dient minimaal te bestaan uit een V&G-plan ontwerpfase en een V&G-plan uitvoeringsfase. Het moet voorafgaand aan de werkzaamheden volledig zijn en op de bouwplaats aanwezig zijn. Het wegcontracteren van deze plicht is wettelijk niet mogelijk en geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Deze casus laat duidelijk zien dat het werken met een V&G-deelplan wettelijk niet verboden is. Echter, als opdrachtgever met hoofdaannemer overeenkomt dat bepaalde activiteiten middels een V&G-deelplan, op een later tijdstip in de uitvoeringsfase, aan het V&G-plan toegevoegd worden en dit gebeurt niet, dan zal deze afspraak opdrachtgever als een opzettelijke handeling worden aangerekend. De opdrachtgever zal degene zijn die het strafrechtelijk nadeel zal moeten dragen, niet de uitvoerende partij.

[1] Rb. Oost-Brabant, ECLI:NL:RBOBR:2018:1624.

[2] artikel 1.1, tweede lid aanhef en onder b van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

[3] Hoofdstuk 2 afdeling 5 Bouwproces van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

[4] art. 3 Arbobeleid, art. 5 Inventarisatie en evaluatie van risico’s, art. 8 Voorlichting en onderricht en art. 10 Voorkomen van gevaar voor derden.

[5] Staatsblad 1997, 60.

[6] Staatsblad 2016, 495.

[7] Stb. 2016, 495.

Ik ben Hogere Veiligheidskundige en jurist (mr.) met een focus op arbeidsveiligheid en Seveso-regelgeving. Mijn kracht ligt in strategisch EHS-leiderschap op het snijvlak van gedrag, wetgeving en veiligheidscultuur. Ik help bedrijven, overheden en opdrachtgevers in de industrie, infrastructuur en de energiesector om veiligheid niet alleen te borgen in regels, maar tot leven te brengen in leiderschap, gedrag en cultuur. Daarbij verbind ik juridische scherpte met operationele realiteit: geen adviezen van papier, maar leiderschap op de vloer, gericht op vertrouwen, eigenaarschap en duurzame verandering.

Door Adam Ziolo

Ik ben Hogere Veiligheidskundige en jurist (mr.) met een focus op arbeidsveiligheid en Seveso-regelgeving. Mijn kracht ligt in strategisch EHS-leiderschap op het snijvlak van gedrag, wetgeving en veiligheidscultuur. Ik help bedrijven, overheden en opdrachtgevers in de industrie, infrastructuur en de energiesector om veiligheid niet alleen te borgen in regels, maar tot leven te brengen in leiderschap, gedrag en cultuur. Daarbij verbind ik juridische scherpte met operationele realiteit: geen adviezen van papier, maar leiderschap op de vloer, gericht op vertrouwen, eigenaarschap en duurzame verandering.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *