Een LMRA is geen RI&E – aldus de rechter

1. Inleiding

In veel organisaties – zoals in Seveso-bedrijven, de infra- of energiesector – geldt de Laatste Minuut Risico Analyse (LMRA) als het sluitstuk van het risicobeheersingsproces. Een LMRA wordt uitgevoerd door de medewerker op de werkplek, vlak voor aanvang van de werkzaamheden. Het doel is dat de werknemer controleert of alle risico’s op die specifieke werkplek bekend zijn.

Volgens de VCA-systematiek en soortgelijke veiligheidsbeheerssystemen is de LMRA een praktische, laagdrempelige check, ná een eerder uitgevoerde Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (“RI&E”) (artikel 5 van de Arbowet) op bedrijfsniveau en eventuele Taak-Risico-Analyse. In dat kader vormt de LMRA een laatste check in het risicobeheer van de werkgever.

Maar hoe kijkt de rechter hier eigenlijk naar? Kunnen werkgevers zich op de LMRA beroepen als er iets misgaat? Een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland werpt een helder licht op die vraag.

2. Casus

Het ging in deze zaak om een ernstig arbeidsongeval waarbij een servicemonteur zijn vinger deels verloor door beknelling tussen een meterkastdeur en een automatisch schuivende deur. Het ongeval vond plaats terwijl hij op locatie bij een klant aan het werk was. Tijdens het openen van de meterkast bevond zijn hand zich op een ongunstige plek ten opzichte van de automatische schuifdeur. Die deur opende onverwacht en veroorzaakte ernstig letsel. De Inspectie SZW legde een boete op wegens overtreding van artikel 3.17 van het Arbobesluit Voorkomen gevaar door voorwerpen, producten, vloeistoffen of gassen. Volgens de Inspectie had de werkgever onvoldoende maatregelen genomen ter voorkoming van gevaar door bewegende onderdelen. Bij het vaststellen van de hoogte van de boete keek de Inspectie ook naar de vraag of de werkgever de risico’s van de concrete werkzaamheden voldoende had geïnventariseerd en of er een veilige werkwijze was ontwikkeld die voldoet aan de eisen bij of krachtens de Arbowet (31 maart 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1284).

2.1 Verklaringen werkgever

De werkgever stelde dat er een functiegerichte risicoanalyse voor servicemonteur was opgesteld. Hierin stond onder meer het risico “bezoeken op locatie” beschreven, met een verwijzing naar de zogenaamde Cardinal Rules voor veiligheid. In Cardinal Rule 4 worden regels en risico’s rondom gevaarlijke energie genoemd. Ook was er een toolbox over de risico’s van onbekende werklocaties aan de werknemer gegeven. Hierin stond onder andere het uitschakelen van de machine als maatregel beschreven.

2.2 LMRA

Volgens de werkgever had de werknemer op de locatie een LMRA uitgevoerd om de specifieke risico’s op de werkplek in te schatten. Dit is binnen het bedrijf verplicht bij iedere opdracht die door een servicemonteur wordt uitgevoerd. Daarnaast moet een servicemonteur de klant altijd informeren dat hij bij de klant aan het werk gaat. In dit geval had de werknemer de LMRA uitgevoerd op de meterkast en de directe omgeving, maar had hij geen rekening hoeven houden met de schuifdeur die buiten zijn werkradius lag.

3. Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelde dat de werkgever met de LMRA niet heeft aangetoond dat het risico op beknelling bij het werken in de buurt van schuifdeuren voldoende was geïnventariseerd, zoals bedoeld in artikel 5 van de Arbowet. Daarnaast was er geen toezicht gehouden op de werkzaamheden en ontbrak specifieke voorlichting over het risico. De RI&E waarnaar werkgever verwees, was volgens de rechtbank te algemeen en niet voldoende concreet. Daardoor was het volgens de rechtbank voorzienbaar dat medewerkers het beknellingsgevaar over het hoofd zien of verkeerd inschatten. De rechtbank overwoog dat het informeren bij de opdrachtgever en het uitvoeren van de LMRA weliswaar geschikte algemene werkwijzen zijn om risico’s te signaleren, maar zij niet als een veilige werkwijze kan worden aangemerkt voor het concrete risico van beknelling bij het werken in de buurt van schuifdeuren.

4. Waarom dit juridisch en praktisch relevant is

Deze uitspraak is belangrijk omdat het duidelijk maakt dat een LMRA geen vervanging is voor een volledige RI&E. Een LMRA is een controlemethode die kan bijdragen aan veiligheid, maar alleen als het ingebed is in een breder systeem van RI&E, voorlichting- en onderricht en toezicht.

5. Wat vraagt dit van werkgevers

Werkgevers kunnen hun zorgplicht niet volledig overdragen aan de medewerkers. Procedures en tools zijn belangrijk, maar ze vervangen geen risicobewustzijn, veiligheidscultuur of concreet leiderschap. Veiligheid vraagt om zichtbaarheid, structuur én gedragskennis.

Wie veiligheid serieus neemt, moet dat laten zien door:

  • risico’s systematisch én concreet in kaart te brengen;
  • duidelijke en specifieke instructies te geven, afgestemd op het werk en context;
  • toezicht te houden, niet alleen door aanwezigheid, maar ook door het goede voorbeeld te geven.

6. Conclusie

Een LMRA is waardevol, maar is juridisch niet toereikend als de basis van de RI&E ontbreekt. Deze uitspraak laat zien dat veiligheid niet ontstaat door simpelweg een checklist af te vinken. Daarvoor is een stevige basis van veiligheidscultuur, juridische borging en leiderschap vereist.

Mijn volledige juridische analyse van de uitspraak is te lezen via de link hieronder: https://www.linkedin.com/pulse/de-juridische-waarde-van-lmra-volgens-rechtbank-adam-ziolo/

Ik ben Hogere Veiligheidskundige en jurist (mr.) met een focus op arbeidsveiligheid en Seveso-regelgeving. Mijn kracht ligt in strategisch EHS-leiderschap op het snijvlak van gedrag, wetgeving en veiligheidscultuur. Ik help bedrijven, overheden en opdrachtgevers in de industrie, infrastructuur en de energiesector om veiligheid niet alleen te borgen in regels, maar tot leven te brengen in leiderschap, gedrag en cultuur. Daarbij verbind ik juridische scherpte met operationele realiteit: geen adviezen van papier, maar leiderschap op de vloer, gericht op vertrouwen, eigenaarschap en duurzame verandering.

Door Adam Ziolo

Ik ben Hogere Veiligheidskundige en jurist (mr.) met een focus op arbeidsveiligheid en Seveso-regelgeving. Mijn kracht ligt in strategisch EHS-leiderschap op het snijvlak van gedrag, wetgeving en veiligheidscultuur. Ik help bedrijven, overheden en opdrachtgevers in de industrie, infrastructuur en de energiesector om veiligheid niet alleen te borgen in regels, maar tot leven te brengen in leiderschap, gedrag en cultuur. Daarbij verbind ik juridische scherpte met operationele realiteit: geen adviezen van papier, maar leiderschap op de vloer, gericht op vertrouwen, eigenaarschap en duurzame verandering.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *