1.Inleiding
Het komt steeds vaker voor dat leidinggevenden of directeuren van bedrijven veroordeeld worden voor bedrijfsongevallen met letsel of dood tot gevolg Het Openbaar Ministerie (OM) heeft in een zaak een voormalig directeur van een asbestsaneringsbedrijf twee taakstraffen opgelegd na twee arbeidsongevallen met zwaar letsel. De zaak laat zien hoe het OM omgaat met persoonlijke aansprakelijkheid van leidinggevenden bij structureel onveilig werken.¹
2. Eerste bedrijfsongeval in 2016: uit werkbak stappen en defecte vallijn
Het eerste bedrijfsongeval vond plaats in 2016 tijdens saneringswerkzaamheden op een dak. De werknemer in kwestie werkte in en vanuit een hoogwerkerwerkbak. Hij stapte vervolgens uit de hoogwerkerwerkbak om op het dak te komen, waarna hij door het dak is gezakt. Tijdens de val werd zijn vallijn geactiveerd. Echter, de werknemer kwam alsnog op de grond terecht doordat de vanglijn het bij de ontplooiing begaf. Hierbij liep de werknemer ernstig letsel op. Uit het onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie was tevens gebleken dat er geen vangnetten onder het dakbeschot aanwezig waren.
3. Tweede bedrijfsongeval in 2018: uit werkbak stappen en niet aangelijnd
Het tweede bedrijfsongeval vond plaats twee jaar later. Hier betrof het wederom saneringswerkzaamheden op een dak met behulp van een hoogwerker. De werknemer in kwestie is onaangelijnd uit de hoogwerkerwerkbak op het dak gestapt, is vervolgens door het dak gevallen en op de grond terecht gekomen met ernstig letsel tot gevolg. Uit het onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie was tevens gebleken dat er geen vangnetten onder het dakbeschot aanwezig waren.
4. Oordeel OM
Het OM heeft geoordeeld dat onderzoek bleek dat het in het bedrijf gebruikelijk was dat werknemers de veiligheidsvoorschriften voor werken op hoogte negeerden en dit bij de directie bekend was. Sommigen werkten zelfs geheel onaangelijnd op het dak, een overtreding van artikel 3 Arbowet, dat werkgevers verplicht een doeltreffend arbobeleid te voeren. Daarnaast stelde het OM vast dat de werkgever in strijd handelde met artikel 8 lid 1 en 4 Arbowet, door werknemers onvoldoende voorlichting en onderricht te geven en geen toezicht te houden op de uitvoering van de werkzaamheden.
4.1 Veiligheidsmisdrijven
Beide bedrijfsongevallen werden door het OM gekwalificeerd als veiligheidsmisdrijven met ernstig letsel tot gevolg( artikel 308 Sr).
Uit het onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie is tevens gebleken dat de directeur bij het eerste ongeval geprobeerd heeft de verklaringen van het slachtoffer (de werknemer) en zijn toenmalige partner te beïnvloeden, wat strafbaar is op grond van artikel 285a Sv (beïnvloeden van getuige).
Het OM heeft aan het oordeel toegevoegd dat vanuit de Nederlandse Arbeidsinspectie specifiek aandacht gevraagd wordt voor arbeidsveiligheid in de bouw, waaronder de asbestsector. Voor asbestverwijdering gelden strenge regels. In deze sector lopen werknemers het risico te worden blootgesteld aan asbestvezels, die via hun kleding verder kunnen worden verspreid in de omgeving. Daarnaast is er het risico op valgevaar bij asbestverwijderingswerkzaamheden. Dit risico zal de komende jaren een grote rol gaan spelen bij de sanering van de vele asbestdaken. Medewerkers bij asbestverwijderingsbedrijven zullen dus veel op hoogte moeten werken.
Leidinggevenden en directeuren van bedrijven die dit soort werkzaamheden verrichten en die niet of onvoldoende hun verantwoordelijkheid nemen als het gaat om de zorg voor veiligheid, kunnen er persoonlijk verantwoordelijk voor worden gehouden als het misgaat.
5. Strafoplegging: twee taakstraffen cumulatief 180 uur
Het OM heeft het bewezen geacht dat het de directeur van het asbestsaneringsbedrijf bekend was dat de werknemers de veiligheidsvoorschriften betreffende werken op hoogte niet naleefden en dat ze soms zelfs geheel onaangelijnd op het dak werkten. Dit feit maakte het mogelijk om beide bedrijfsongevallen aan de directeur persoonlijk toe te rekenen en legde de directeur daarvoor een strafbeschikking op in de vorm van twee werkstraffen van 100 en 80 uur, voor elk bedrijfsongeval afzonderlijk.
5.1 Geen rechter wel straf: strafbeschikking
Het OM kan voor veelvoorkomende strafbare feiten zelf een straf opleggen door middel van een strafbeschikking. Hiermee kan het OM verschillende soorten straffen opleggen, zoals een geldboete, een taakstraf of een schadevergoeding. Het opleggen van gevangenisstraf is niet mogelijk bij een strafbeschikking. Strafbare feiten waarvoor een gevangenisstraf gepast is moeten aan de rechter worden voorgelegd.
Het OM kan een strafbeschikking opleggen voor overtredingen en misdrijven waarvoor maximaal 6 jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd. In casu ging het om twee misdrijven en drie overtredingen. De misdrijven betroffen het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel en het beïnvloeden van getuige. Het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie en het beïnvloeden van getuige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie. De overtredingen betroffen het niet voeren van doeltreffend arbobeleid, het niet geven van voorlichting en onderricht en het niet houden van toezicht op de naleving van de instructies en voorschriften door de werknemers. Deze overtredingen worden gestraft met boetes.
6. Conclusie
Deze strafbeschikking toont aan dat leidinggevenden en directeuren persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gehouden voor bedrijfsongevallen. Bijzonder aan deze zaak is dat het OM de incidenten heeft aangemerkt als veiligheidsmisdrijven.
Het OM woog mee dat de ongevallen mede konden ontstaan door ontbrekende arbeidsmiddelen, onvoldoende voorlichting en toezicht en een veiligheidscultuur waarin veiligheidsregels structureel werden genegeerd. De directeur was hiervan op de hoogte, deed er niets tegen en juist dat maakte persoonlijke aansprakelijkheid mogelijk.
Kort gezegd: wanneer een leidinggevende weet dat er onveilig wordt gewerkt, niet ingrijpt en een veiligheidscultuur in stand houdt waarin veiligheid wordt genegeerd, dan kan dat leiden tot persoonlijke strafrechtelijke vervolging. Het laat zien dat veiligheid niet alleen een zaak is van regels en procedures, maar ook van leiderschap en verantwoordelijkheid.
