1. Inleiding

Op 6 maart 2024 deed de rechtbank Rotterdam uitspraak in een zaak die veel verder reikt dan het individuele arbeidsongeval waarover werd geoordeeld. Een eigenaar van een eenmanszaak werd gekwalificeerd als werkgever en veroordeeld tot zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf nadat een werknemer bij schilderwerkzaamheden zwaar gewond raakte.

Waarom is deze zaak bijzonder? Er is sprake van een bedrijfsongeval met zwaar letsel. De officier van justitie vraagt om de werkgever een voorwaardelijke straf op te leggen, zoals in zovele bedrijfsongevallen, maar de rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op (Rb. Rotterdam 6 maart 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3797).

2. Het arbeidsongeval

Op 25 augustus 2021 verrichtte een werknemer schilderwerkzaamheden aan de daklijst van een woning. Werkzaam op ruim zeven meter hoogte viel hij over een balkonleuning naar beneden. De gevolgen waren desastreus: drie gebroken ruggenwervels, een schedelbreuk, een gescheurde knie, een hersenbloeding en blijvend verlies van gezichtsvermogen. De werknemer verbleef weken in het ziekenhuis, volgde langdurige revalidatie en is in 2024 nog altijd niet hersteld.

3. De juridische kaders

De eenmanszaak is door de Nederlandse Arbeidsinspectie gekwalificeerd als werkgever. Hierdoor trad een aantal werkgeversverplichtingen voor de werkgever in. De officier van justitie heeft de werkgever verweten (ten laste gelegd) dat hij niet gezorgd heeft voor de veiligheid en de gezondheid van deze werknemer ten aanzien van alle met de arbeid verbonden aspecten en daartoe ook geen beleid heeft gevoerd (artikel 3 lid 1 Arbowet), dit met inachtneming van de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening en de arbeidshygiënische strategie. De werkgever heeft ook geen risico-inventarisatie en -evaluatie uitgevoerd (artikel 5 lid 1 Arbowet), de werknemer onvoldoende voorlichting en onderricht gegeven (artikel 8 lid 1 Arbowet) en geen toezicht gehouden op de naleving van de instructies en voorschriften die gericht waren op het voorkomen of beperken van aan het werken op hoogte verbonden risico’s (art. 8 lid 4 Arbowet). Daarnaast heeft de werkgever geen rekening gehouden met de keuze van het arbeidsmiddel en het gebruik van ladders en trappen als arbeidsplaats, terwijl andere maatregelen mogelijk waren om dat gebruik te minimaliseren (de artikelen 7.3 lid 1 en 7.23 lid 2 en lid 5 Arbobesluit).

Uit het verslag van de Nederlandse Arbeidsinspectie bleek tevens dat de werknemer illegaal in Nederland verbleef, al vijf jaar onder gevaarlijke omstandigheden werkte en onderbetaald werd.

In deze zaak kwam dus alles bij elkaar: arbobeleid, RI&E, stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, arbeidshygiënische strategie, voorlichting en onderricht, gebrek aan toezicht, werken op hoogte en zwaar letsel. Een mix van ernstige feiten.

4. De geëiste en de opgelegde straf

De officier van justitie heeft de rechtbank gevraagd (gevorderd) om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf op te leggen. De rechtbank koos voor een strenger oordeel: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een schadevergoeding van €162.000,00.

De boodschap is helder: werkgevers riskeren niet alleen bestuurlijke boetes, maar ook zware strafrechtelijke sancties.

5. Lessen voor werkgevers

  • De zaak maakt duidelijk dat de Arbowet geen papieren tijger is. Zelfs een kleine ondernemer of eenmanszaak die iemand inschakelt, kan juridisch aangemerkt worden als werkgever en draagt dezelfde verantwoordelijkheden als een MKB-bedrijf.
  • Organiseer veiligheid bij de bron. Een RI&E is geen bureaucratische formaliteit, maar een strategisch fundament. Het systematisch identificeren van risico’s en het implementeren van preventieve maatregelen voorkomt ongevallen.
  • Investeer in voorlichting en onderricht en toezicht. Beleid op papier volstaat niet. Veiligheid wordt pas realiteit als werknemers goed geïnstrueerd zijn én als leidinggevenden actief toezien op naleving. Toezicht is niet enkel een controlemiddel, maar ook een vorm van leiderschap. Ik geef om mijn mensen, daarom kom ik kijken.
  • Besef dat nalatigheid kan strafrechtelijk doorwerken. Er is in het strafrechtelijk Nederland in de afgelopen vijf jaar een duidelijke trend zichtbaar: ernstige nalatigheid van werkgevers wordt niet langer alleen bestuurlijk beboet, maar steeds vaker met zware strafrechtelijke middelen gecorrigeerd. Dat betekent voor werkgevers persoonlijke risico’s zoals gevangenisstraf.
  • Omarm de ethische dimensie. Goed werkgeverschap overstijgt compliance. Het willens en wetens blootstellen van werknemers aan gevaar is maatschappelijk onaanvaardbaar. Bedrijven die veiligheid centraal stellen, versterken niet alleen hun juridische positie maar ook hun reputatie en legitimiteit.

6. Belang voor opdrachtgevers

Niet alleen werkgevers moeten opletten. Ook opdrachtgevers hebben een eigen verantwoordelijkheid. Wanneer een eenmanszaak anderen inzet, ontstaat werkgeverschap in de zin van de Arbowet. Worden de werkzaamheden gekwalificeerd als bouwwerk in de zin van het bouwproces, dan geldt bovendien voor opdrachtgevers de vergewisplicht (art. 2.26 Arbobesluit). Zie hierover mijn artikel ‘Strafrechtelijke risico’s van V&G-(deel)plannen: opdrachtgever vervolgd voor dood werknemer van de onderaannemer.’

7. Conclusie

De uitspraak van de rechtbank Rotterdam is meer dan een individuele veroordeling. Het is iets nieuws in de veiligheidswereld: veiligheid is geen keuze, maar een verplichting. Wie nalaat risico’s te inventariseren, maatregelen te treffen en toezicht te houden, speelt niet alleen met de gezondheid van werknemers, maar ook met zijn eigen vrijheid en financiële toekomst.

Kernboodschap: Veiligheid is een strategische keuze. Niet naleven van de Arbowet kan leiden tot onherstelbare schade voor werknemers én zware persoonlijke consequenties voor werkgevers en opdrachtgevers.

Ik ben Hogere Veiligheidskundige en jurist (mr.) met een focus op arbeidsveiligheid en Seveso-regelgeving. Mijn kracht ligt in strategisch EHS-leiderschap op het snijvlak van gedrag, wetgeving en veiligheidscultuur. Ik help bedrijven, overheden en opdrachtgevers in de industrie, infrastructuur en de energiesector om veiligheid niet alleen te borgen in regels, maar tot leven te brengen in leiderschap, gedrag en cultuur. Daarbij verbind ik juridische scherpte met operationele realiteit: geen adviezen van papier, maar leiderschap op de vloer, gericht op vertrouwen, eigenaarschap en duurzame verandering.

Door Adam Ziolo

Ik ben Hogere Veiligheidskundige en jurist (mr.) met een focus op arbeidsveiligheid en Seveso-regelgeving. Mijn kracht ligt in strategisch EHS-leiderschap op het snijvlak van gedrag, wetgeving en veiligheidscultuur. Ik help bedrijven, overheden en opdrachtgevers in de industrie, infrastructuur en de energiesector om veiligheid niet alleen te borgen in regels, maar tot leven te brengen in leiderschap, gedrag en cultuur. Daarbij verbind ik juridische scherpte met operationele realiteit: geen adviezen van papier, maar leiderschap op de vloer, gericht op vertrouwen, eigenaarschap en duurzame verandering.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *